Kabouter speelgoed: Moderne poppenhuismeubels uit het Gooi

Een oranje houten hoekstoeltje voor poppen van Kabouter speelgoed
Kabouter Speelgoed Hoekfauteuil door CODA Museum / CC BY.

Een handjevol Nederlandse speelgoedfabrikanten maakten in de eerste helft van de twintigste eeuw poppenhuismeubeltjes in vernieuwende meubelstijlen. Een voorbeeld is dit oranje hoekstoeltje. Het staat als ado speelgoed in een recent boekje van het CODA Museum.1 De toeschrijving is onjuist en doet geen recht aan de echte maker. De vondst van een catalogus uit circa 1928-1930 bevestigt namelijk dat het stoeltje uit de fabriek van Kabouter Speelgoed komt. Het toont ook aan dat er nog veel meer bijzonder speelgoed in de werkplaats gemaakt werd.2 In dit blog krijgt deze vergeten fabriek weer een gezicht.

Gooische kindermeubel en speelwarenfabriek

Het logo van Kabouter

Over Kabouter is veel minder bekend dan over ado. Toch is een beeld van de fabriek te reconstrueren. Kabouter werd opgericht door de “Bussumsche vroede vader Bouma”.3 ‘Vroede vader’ omdat timmerman Leendert Bouma (1892 – 1971) sinds 1919 lid was van de Bussumse gemeenteraad. Vanaf 1925 maakte Bouma ook speelgoed. De naam van zijn fabriek was voluit: Gooische kindermeubel en speelwarenfabriek.4 De werkplaats stond eerst aan de Herenstraat 23a, maar door de enorme vraag aan het eind van de jaren twintig breidde Bouma zijn fabriek uit aan de Beerensteinerlaan 14.5

Kabouter Speelgoed werd erg populair. Bussumers konden het speelgoed in het begin enkel kopen bij de firma Rosmalen in de Kapelstraat. Maar in 1928 waren de meubeltjes al “door ’t heele Gooi bekend”6. Omdat de verkoop vanaf 1928 via handelsonderneming Hausemann & Hötte in Amsterdam ging, kwam Kabouter in speelgoedwinkels in het hele land te liggen.7 Erg veel oranje kaboutermeubeltjes kwamen tussen 1928 en 1931 uit de fabriek.8

Vlak na de verbouwing van 1930 ging het echter mis. De crisis van de jaren dertig liet ook Bouma niet ongemoeid en in september 1931 werd zijn faillissement uitgesproken.9 Er kwam nog een doorstart, maar het bedrijf kwam er niet meer bovenop. Tot 1937 liep de productie snel terug. In 1942 kwam er formeel een einde aan het bedrijf, maar de productie werd al veel eerder gestaakt. De tijd heeft Kabouter verder in vergetelheid gebracht.

Het assortiment

Uit de werkplaats kwamen vooral kindermeubels en poppenmeubeltjes. Maar ook trekkarren, bolderwagens, schoolborden en een aantal wagens staan in de catalogus. Elk model kreeg twee nummers: een voor de categorie en een voor het model. De fabriek maakte poppenmeubels vaak in twee afmetingen, met twee verschillende modelnummers. Het verschil was ongeveer 2 á 3 centimeter in lengte, breedte en hoogte. Op den duur werden er minder soorten poppenmeubels gemaakt, maar ging men wel tuinmeubels voor kinderen maken.10

Catalogus van Kabouter-speelgoed, omstreeks 1928-1930.

De Kabouter-meubeltjes zijn vaak in oranje of rood gelakt met enkele details in zwart of blauw. De tuinmeubels werden niet alleen in rood, maar ook in ‘ivoor’ en wit geverfd. Net als ado werd Kabouter afgewerkt met de gifvrije Japan-lakken, waar ook mee geadverteerd werd. Opmerkelijk genoeg werden de tuinmeubels ook voorzien van enkele onderlagen loodwit: goed bestendig tegen het Hollandse klimaat, maar bij afschilferen zeer giftig voor met name kinderen! Na het lakken kwam er een papieren merksticker met het Kabouter-logo op het speelgoed.

De merksticker van Kabouter Speelgoed: een kabouter zittend op een paddenstoel
Merksticker op stoeltje. Collectie Jaap Goslings

Vooruitstrevend ontwerp

De vergetelheid van de fabriek is treurig omdat de meubeltjes best bijzonder zijn. Veilinghuis Quittenbaum (München) veilde in 2010 een aantal meubeltjes uit de fabriek.11 Aan deze meubeltjes is goed te zien dat de ontwerper goed keek naar modern meubelontwerp en veel oog voor detail had.

Drie houten Kabouter speelgoed meubeltjes, geveild bij veilinghuis Quittenbaum
Kabouter meubeltjes: Amsterdamse School buffetje (7/15), ‘Hendrik Wouda’-tafel (7/18) en een fauteuil (7/13). Afb. © QUITTENBAUM Kunstauktionen GmbH
Een houten tafel van Hendrik Wouda.
Tafel van Hendrik Wouda. Amsterdam: Rijksmuseum, BK-1973-307-A.

Zo is een dressoirtje in de stijl van de Amsterdamse School ontworpen. Naast de trapezium-vorm, is ook het donkergekleurd druppelvormige handvat kenmerkend voor Amsterdamse School meubels. Ook de verwantschap met de Haagse School is evident. De tafel naast het dressoir lijkt op een tafel van Hendrik Wouda. Beide tafels rusten op vier overhoeks geplaatste poten met afgeschuinde onderzijden. Wouda ontwierp in een stijl die we nu de Haagse School noemen. Kenmerkend zijn rechte lijnen en kubistische vormen, zonder al te veel opsmuk. Ook de kindermeubels van Kabouter zijn in deze stijl ontworpen. Quittenbaum veilde in 2017 een fraaie set.

Twee houten kindermeubels van Kabouter Speelgoed in de Haagse School-stijl
Twee Haagse School kindermeubeltjes van Kabouter: tafel (5/1) en stoel (5/3). Afb. © QUITTENBAUM Kunstauktionen GmbH

Het is niet gek dat de Kabouter-meubeltjes zijn toegeschreven aan Ko Verzuu van ado. De merksticker is namelijk vaak weggehaald én de aandacht was altijd gevestigd op de vooruitstrevende ontwerpen van Verzuu. Toch bedacht waarschijnlijk een eigen ontwerper het Kabouter speelgoed. Mogelijk was het Bouma zelf, of kreeg een kunstenaar de opdracht. Zo ontwierp ook de Bussumse kunstenares Elly Tamminga (1896 – 1983) reclamedrukwerk voor Kabouter. Misschien ontwierp zij ook wel het logo?

Wordt vervolgd

In de fabriek van Kabouter in Bussum werden in een paar jaar tijd erg veel bijzondere houten meubeltjes getimmerd. De gevonden catalogus, het archief van Hausemann & Hötte, krantenarchieven en het overgeleverde speelgoed maakten een eerste introductie op Kabouter mogelijk. Toch blijven er nog veel vragen onbeantwoord. Mocht u iets weten over de fabriek en de ontwerper, stuurt u dan een bericht!

Voetnoten

  1. C.E.M. Reinders, ADO Collectie, CODA Apeldoorn (Apeldoorn: CODA, 2016), 88.
  2. Een kopie van de catalogus ligt in de bibliotheek van het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Het is foutief gedateerd op circa 1948.
  3. “Kinderen,” Nieuwe Bussumsche Courant, 21 november 1925.
  4. Later: Fabriek van meubelen en kinderspeelgoed kabouterhuis NV. E.W. Augustijn-Beckers, Made in Holland: Nederlands Fabrikaat Speelgoed 1932-1970 (Tilburg: Poppen- en Speelgoedmuseum, 2007), 224.
  5. Gemeentearchief Gooise Meren en Huizen, Bevolkingsregister Bussum [toegangsnummer SSAN017.03], Woningkaarten (A-Z), 1930-1940, inventarisnummer 11-11, Beerensteinerlaan, 49. Villa De Noord (Beerensteinerlaan 14) werd in april 1938 gesloopt.
  6. “Tentoonstelling op het gebied van Woninginrichting,” De Gooi en Eemlander, 5 maart 1928.
  7. Pas vanaf mei 1928 komt Kabouter voor in de inkoopboeken. Stadsarchief Amsterdam, Hausemann & Hötte [1497], inv. 471.
  8. In 1930 kocht Hausemann & Hötte voor ongeveer fl. 44.000 aan Kabouter Speelgoed in. Om dat in perspectief te plaatsen: Hausemann & Hötte verkocht het oranje hoekstoeltje voor fl. 0,75 aan speelgoedwinkels.
  9. “Faillisementen,” Algemeen Handelsblad, 15 september 1931. Informatie van de familie Bouma.
  10. SAA, Hausemann & Hötte [1497], inv. 592, 98-100 en 105-107. Het betreft twee folders van Kabouter in het archief van Hausemann & Hötte.
  11. Ook deze meubeltjes werden foutief aan Ko Verzuu toegeschreven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *